Mijn baby rolt om in bed, wat nu?
Kyra Hendrix, gecertificeerd
Gentle Sleep Coach® volgens de methode van Kim West
· bijgewerkt op 29 augustus 2026
Voor baby's van drie tot zes maanden
Rolt je baby van de rug op de buik zonder terug te kunnen, dan raakt hij daar gefrustreerd van. Van de rug naar de buik gaat namelijk makkelijker dan terug. Oefen het rollen overdag voor, 45 tot 60 minuten verdeeld over korte speelmomenten, stop met inbakeren zodra het rollen begint en draai je baby 's nachts rustig terug.
Er is een fase die bijna iedereen overvalt. Je baby heeft net wat langere nachten, en dan komt het rollen van rug naar buik. Alleen: terug lukt nog niet. Dus volgt er een draai, dan vastliggen, dan boosheid, en sta jij vier keer per nacht naast het bedje om terug te leggen.
Waarom het vastloopt
Van rug naar buik gaat veel makkelijker dan van buik naar rug. Die eerste beweging zit er snel in, de tweede nog niet. Dat is precies waar de frustratie zit, en waarom de nachten er een tijdje slechter van worden.
Rond de vierde maand begint een baby daar meestal vanzelf mee. Maar in maand drie kun je het al stimuleren door het voor te doen. Hoe vaker er geoefend wordt, hoe korter die vervelende tussenfase duurt.
Lukken beide kanten eenmaal, dan wordt het juist rustiger. Er hoeft niet meer op jou gewacht te worden, en de fijnste houding wordt zelf gekozen. Veel baby's worden dan buikslaper. Omrollen blijkt bovendien een van de manieren om zichzelf te reguleren tijdens het slapen.
Wat je overdag doet
Het gaat om 45 tot 60 minuten per dag in totaal, verdeeld over korte speelmomenten. Hoe je dat verdeelt en waarom het met slapen te maken heeft, staat in hoeveel tummy time een baby nodig heeft. Niet aaneengesloten: geen baby ligt drie kwartier op de buik zonder gefrustreerd te raken.
En let op het verschil. Tummy time is niet hetzelfde als leren omrollen. Op de buik leggen is prima voor de kracht in nek, schouders en armen, maar de beweging zelf moet je voordoen. Dat gaat in vier stappen:
- Lokken met een speeltje. Leg je baby op de rug en trek de aandacht naar één kant, bijvoorbeeld door geluid te maken met het speeltje. Het hoofd volgt.
- Zachte begeleiding. Wil je naar links laten rollen, pak dan het rechterbeen en steun met je hand op het bekken. Breng dat been over het andere heen en geef eventueel een klein trekje naar de voeten, zodat het gewicht meegenomen wordt. Niet forceren.
- De hoek van 90 graden. Leg het onderste armpje recht naar voren in een hoek van negentig graden, zodat de schouder niet klem komt te zitten. Wordt er niet meegeholpen, ondersteun dan de schouder.
- De landing. De buik komt onder. Stimuleer dan om de armen naar voren te trekken, zodat er op de elleboogjes gesteund wordt en het hoofd beter omhoog kan.
Voor de terugweg, van buik naar rug, trek je de onderste arm voorzichtig onder schouder en buik vandaan.
Stop met inbakeren
Zodra je baby zelf begint te rollen is het tijd om afscheid te nemen van de inbakerdoek. Ingebakerd zitten de armen vast, en dan is terugdraaien onmogelijk. Dat is niet meer veilig. Zie tot wanneer je mag inbakeren.
Wanneer je even wacht
Heeft je baby last van reflux of buikpijn, wacht dan even. Oefenen mag, maar zonder haast, en op eigen tempo.
Komt het rollen nog niet? Dan is dat oké. Elke baby ontwikkelt zich in een eigen tempo, en dit is niet iets wat je kunt forceren. Blijf tummy time aanbieden, de rest volgt vanzelf.
Zijn er ondertussen ook andere redenen om wakker te worden, kijk dan naar sprongetjes en de vier maanden slaapregressie, die precies in deze periode vallen.
Ken je iemand die hier middenin zit?
Eén tik en je stuurt het door.